Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en den ge wijden ernst, die over de heide zweeft zooals het hert dat kan, kunnen zij niét

Gerucht moeten ze maken; knorren van behagelijkheid of brommen van afgunst, als de een een lekker hapje voor den neus van den ander wegkaapt. Zich wentelen in de beek, zoodat het glinsterende water opvliegt, of zich rollen in het droge heide-zand, dat de stofwolken opstuiven als booze geesten door het bosch jagen wanneer slag op slag de donder door het woud rolt, of de felle bliksem de boomen klieft; dat is hun leven.

r tTUn °ntbreekt aUe sierlijkheid, maar in hun lichaam, dat in afwijking met dat der tamme var-

kracht °P de P°°ten wordt gedragen, schuilt

De ruwe beharing beschermt hen tegen alle weer en wind, en hun sobere levensbehoefte stelt

staande TLlJe».'" °ngMSti8ste

tredenVerSC^'"'^ ^et ^un °P w'ens terrein zij

Den eenen nacht ontdoen zij de boompjes der

jonge aanplantingen van bast en schil of rukken

ze met wortel en al uit, den anderen graven zij het

aardappelveld van den boer om en verwoesten den oogst.

Afkeerig van dit ruw geweld heeft het edelhert zich afgewend en verwijdert zich met kalme schreden in de donkerheid van de omringende dennen.

Hoog uit den diep-blauwen hemel werpt de maan haar stralen over bosch en heide

Hier schildert zij lichtplekken tusschen varengroen en mos, daar werpt ze lange schaduwbeelden over den diepbeschoorden boschweg.

i

Sluiten