Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze brandende drank en zijn richtingsinstinct, zijn dierlijke waardigheid gaat hierdoor verloren. Met een gevoel van pijnlijke verwondering ziet men die groote, krachtige dierenzoon van Afrika vallen als slachtoffer van de ziekte, die zijn moedercontinent te weeg bracht in den geest van Europeesche lieden, die de bedwelmende macht der tropen niet weerstaan konden. Hoe menschen de dieren geestelijk te gronde richten, werd vooral door Fransche schrijvers uitgebeeld.

De twee eerste schetsen beschreven de samenleving van den mensch en zijn nuttig huisdier, en van den mensch en het tamme dier der wildernis. De twee volgende schetsen beschrijven den mensch met het dier, dat getoond of gekooid wordt.

Colette's schetsje stelt het leven van circus- en music-hall-dieren in een juist licht. De beproeving en de pijn van de dierlijke artisten, hun opluchting na het werk, hoe ze deelen in 't lot van den armen ,,bankist". Colette vervalt niet in opzettelijke zwartververij der dresseurs, noch verheerlijkt zij het plankenleven van het dier. Ze weet, dat er goede en slechte temmers en dresseurs zijn, dat er dieren bestaan, die van nature artisten zijn en de theaterlucht liefhebben zooals militie-paarden de corpsmuziek, ook andere voor wie het „werk" enerveerend en vermoeiend is. Maar of smart of vreugde, klatergoud of goud, weelde of armoe den hoofdtoon van dat leven aangeven, het is altijd eigenaardig-mooi in zijn mengeling van dof-bruine weemoed en schelle pronk.

Van Praag's vertelling beschrijft het eigenaardige van een dierentuin, die klein is en nog het ouderwetsche karakter van een „menagerie" heeft. In zulk een tuin ontstaat een merkwaardige vriend-

Sluiten