Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den blauwen hemel te schitteren, en Pinin en Rosa, de tweelingen, de kinderen van Antón de Chinta, hun ziel gekleurd door de zoete, droomerige kalmte van de plechtige en ernstige natuur, zaten, na hun nooit erg luidruchtige spelen uren en uren zwijgend naast Cordera, die de verheven stilte van tijd tot tijd begeleidde met den zachten klank van haar loome klokje.

In die stilte, in die werklooze kalmte hing liefde. Broer en zuster hielden van elkaar als de beide helften van een onrijpe vrucht, verbonden door hetzelfde leven, zich nauwelijks bewust van wat in hen verschillend was, van wat hen scheidde; Pinin en Rosa hielden van Cordera, de groote gelige grootmoederkoe, wier nek een wieg scheen. Cordera zou een dichter herinnerd hebben aan Zavala van de Ramayana, de Heilige Koe. In de volheid van haar vormen, in de plechtige kalmte van haar rustige en nobele bewegingen, had zij het uiterlijk van een onttroond, gevallen afgodsbeeld, tevreden met zijn lot, voldaan een echte koe te zijn en geen valsche god. Voor zoo ver men die dingen raden kan, zou men zeggen, dat Cordera ook van de tweelingen hield, die ermee belast waren haar te hoeden. Zij uitte zich niet veel. Maar het geduld, waarmee ze verdroeg, dat het herderstweetal zich bij hun spelen van haar bediende als kussen, als schuilhoek, als rijdier, en voor nog andere dingen, die hun verbeelding had uitgedacht, toonde het vreedzame nadenkende dier, zwijgend haar genegenheid. ^ In moeilijke tijden hadden Pinin en Rosa voor Cordera het onmogelijke gedaan, uit louter zorg. Antón de Chinta had de wei Somonte niet altijd bezeten. Die heerlijkheid was betrekkelijk nieuw. Nog eenige jaren geleden moest Cordera ,,op de

Sluiten