Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde gaan zoeken naar een in betere dagen vergeten bosje verdroogd gras, moest hij de Societeit voorbij.

Aan kleine tafeltjes zaten daar regeeringsambtenaren, handelsagenten en employé's, en de officieren en onderofficieren van het bezettingsleger. Zij vierden er de vestiging van de Republiek met een tweede rondje cocktails, het rondje van elf uur. De spelen der inlanders, ringsteken en zakloopen hadden hun aandacht een oogenblik geboeid, maar de bedwelmende loomheid van het winterseizoen had de vreugde gedoofd. Rondom de volle glazen werden de geesten hoe langer hoe zwaarder door de verschillende gemengde dranken; jachtgeschiedenissen of verhalen uit den handel of de administratie interesseerden geen sterveling meer, toen Poupah er aankwam, die uit de verte open deuren had gezien en blanke mannen, die sprekend op zijn eerste meesters leken.

„Poupah! Poupah!"

Hij werd geroepen. En nog wel op de manier, die hij zoo goed kende. Onmiddellijk veranderde hij van richting en kwam al schommelend voor de soos staan. Beschuitjes, suiker, van alles werd hem toegestoken in weerwil van het gemopper van den boy, die mompelde dat het „een groot schandaal was om die menschen-zaken te verspillen aan de zonen van die levende „bergen" die zich rollen op het bouwland en schrik verspreiden in de dorpen."

„Geef Poupah eens een glas champagne, dan kan hij op de gezondheid van de Republiek drinken!" riep met een dun schril stemmetje een jong luitenant van de koloniale troepen, die het land had, omdat hij met de laatste mail geen brief had gekregen van mademoiselle Francine, die hij had

Sluiten