Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtergelaten in de provincie Seine-et-Oise, terwijl hij Yaoendé en Garoea veroverde.

Er werd Poupah een glas aangeboden, maar dat was te klein om uit te drinken en ook was hij evenals honden, bang voor een glas. Toen nam iemand den koelemmer, gooide hem leeg en schonk er een flesch Roederer in. Poupah snoof er eens aan, proefde en niesde. tt

Een ander zei: ,,'t .Is niet zoet genoeg en gooide er limonadesiroop bij. Een tweede anisette. Een derde curagao. 't Mengsel werd doorgeroerd, Poupah knikte met de oogen, spalkte de ooren open, proefde nog eens en plakte zijn ooren weer tegen zijn schouders aan. De emmer was leeg.

De vlugheid, waarmee hij te werk ging, lokte allerlei uitroepen uit. De zwarten, die op een hoopje stonden te kijken, bewonderden hem zonder voorbehoud. Een van hen, de negerzanger van een zeer machtig Lamido uit de binnenlanden, riep uit:

„Nog nooit hebben wij zulke blanken mannen gezien! Zij veranderen den gang van het heelal! Het zijn de sterkste wezens, die ooit onze aarde

betreden hebben!"

Toen het gelach bedaard was, stonden de blanken, die geen zin hadden te laat voor de lunch te komen, op. Poupah, die de kwinkslagen der zwarten volkomen negeerde, wilde de bezitters van dat suikerwater, dat zijn slurf en keel zoo heerlijk prikkelde, volgen, maar hij was niet in staat, zijn zware pooten verder te sleepen en liet zich tegen een schutting aanzakken, waarbij hij bijna een inlander verpletterde, die in de streep schaduw van

de schutting liep- . .

Het sloeg twaalf uur op het Missiegebouw en in

de diverse magen en daarom bekommerde niemand

Sluiten