Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kudde die zijn stam geweest was? Hij wist het niet, hij kon het niet begrijpen. Maar hij liep in telgang; in stap en draf tegelijk.

Hij spoedde zich voort.

Toen de laatste hutten van de buitenwijk achter hem lagen, met hun rossige, kwaadaardig blaffende honden en hun gedempt klinkende tam-tams, strekte zich de vlakte voor Poupah uit. Een bleeke vlakte met hier en daar een boom en half vergane gierststengels. Inboorlingen, die nog laat buiten waren en hem in het maanlicht zagen voorbijgaan, gingen snel naar binnen met hun matjes en mompelden angstig iets over „den geest van het groote beest, dat verleden jaar in het Zuiden op de Bongola was gedood en dat zich nu op de menschen kwam wreken". Anderen dachten, dat het een schijnbeeld was, uitgevonden door de toovenaars om zich bevreesd te maken.

Runderen, die vanuit hun weide, met een doornenhaag omzoomd, Poupah voorbij zagen komen, rukten hun palen uit den grond en zetten het op een loopen.

Maar niet zoo vlug als Poupah, die nog nooit runderen in den maneschijn gezien had.

Die bewegingen, 's nachts ontwaard, was 't eerste, dat hem onrustig maakte. Hij begon vaker dan gewoonlijk zijn ooren te bewegen, hief telkens zijn slurf op, luisterde aandachtig naar een geluid en snoof alsof hij een geur in zijn neus kreeg. Toch liep hij daar in olifantentred, zacht en vlug, met den schommelgang, die in een dag provincies achter zich laat. Tot het oogenblik, dat hoog en somber, als een heuvelen kudde van zwarte ruggen het woud zijn poorten wijd voor hem opende.

Door die ontelbare poorten kwamen tot Poupah,

Sluiten