Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op zijn tocht loopt hij termietenheuvels omver en verwoest op die manier ondergrondsche rijken. Poupah vernielt, Poupah verplettert allerhande dingen, die zich aan den zoom van een oerwoud bevinden.

De apen zijn eenigszins hekomen van hun verwondering en stellen zich nu als dwazen aan. Zij schreeuwen van angst. Den volgenden dag wordt de gebeurtenis lang en breed besproken aan den voet der boomen. Enkele smijten met dorre takken naar Poupah.

Poupah is gek van angst.

En hoe angstiger hij wordt, hoe meer bewoners van de grens tusschen vlakte en bosch hij verontrust, zoowel hen, die wacht houden, als hen, die bespied worden. Hij doet jakhalzen op de vlucht slaan en verschrikt een hyena en ook tijgerkatten, die patrijzen, hazen en korhoenders opwachten. Een panter, die op den loer ligt om een antiloop te verrassen, welke zich in den vroegen morgen naar de grasvlakte moet begeven, gromt en verdwijnt van het tooneel. Hij weet wel, dat men iemand, die grooter is dan zichzelf, niet aanvalt, althans als die „grootere" pooten heeft, die op palmboomen lijken....

Alsof Poupah een signaal had doen hooren, komt er leven in het geheele bosch en in de bewoners van het geheele grensgebied, dat dit scheidt van de vlakte. Oehoe's en boschuilen maken zich ongerust; „hun prooi zal fijn getrapt worden en hun holen versperd". De maraboes, die heel hoog in de boomen zitten, schatten het gewicht van zulk een omvangrijk stuk wild. Vage kreten voegen zich bij de onbestemde geluiden. In de wildernis komt allerwege beroering.

Sluiten