Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarbij dringen onbekende geuren in Poupah's slurf: hijg-adem van dieren en uitwaseming van uitgerukte of vertrapte planten. Die tegenstrijdige mengeling van duizend geuren en duizend geluiden doet Poupah's wijde huid trillen. Hij durft niet meer raken aan die wildernis, die zich zoo vijandig toont. Hij is gekomen om vriendschap met haar te sluiten en zij komt in opstand bij zijn nadering.

.... Hij weet niet, dat het gansche woud hem verloochent en hem toeroept, dat hij naar menschen ruikt. Ja, dat is het, het woud begrijpt nu, hoe het er mee staat: de zwarte massa, Poupah, zoon der bergen die zich voortbewegen, riekt naar den mensch.

Poupah wil antwoorden en de onzichtbare wezens verjagen, die om hem heen ademhalen en zuchten. Hij probeert een kreet uit te stooten, maar uit zijn slappe keel komt slechts een lachwekkend gekrijsch en een verpeste drankadem, waarover gespot wordt. Zij, die hem niet kunnen zien, ruiken hem toch. Allen spotten met hem of beleedigen hem. Poupah, zoon van den koning der wouden, is tot voorwerp van bespotting der wildernis geworden.

Dan gaat hij nieuwe wegen zoeken en ontketent m 't voorbijgaan een onbeschrijfelijk krakeel. Hij beeft honger en denkt er niet aan wat te eten. Hij heeft dorst, maar denkt niet aan drinken. Hij wil alleen maar die plaats vol vijanden ontvluchten.

Langs den zoom van het woud loopend, zoekt hij naar een open plaats. Overal vindt hij datzelfde hooge, zwarte, onverzettelijke bosch.

Poupah verliest het hoofd. Poupah is een kind, dat verdwaald is. Vreeselijke dingen bedreigen hem.

Sluiten