Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nummer, zooals ze een karretje zouden trekken, niet beter en niet slechter, t Zijn arbeidsters, 't zijn geen artiesten. Je kan op hun snoet zien dat ze maar wilden dat 't al afgeloopen was, en daar houdt het publiek niet van. De menschen denken dat de beesten den spot met hen drijven, of ze geneeren zich niet om te zeggen: „Arme 'dieren! Wat zien ze er verdrietig uit! Wat moet men ze gemarteld hebben om hun zooveel kunstjes te leeren! Ik zou al die heeren en dames van de Dierenbescherming wel eens bezig willen zien met hondendressuur !Ze zouden 't net zoo doen als de kameraden. Suiker - de zweep - de zweep - suiker en een goed portie geduld: iets anders kan je er toch niet op vinden. . . ."

De twee „werksters" wenden op dit uur van den avond de oogen niet meer van elkaar af. Manette, die op een blok bontgeschilderd hout zit, trilt zenuwachtig; Cora, tegenover haar, laat de ooren liggen als een boos geworden kat....

Met een klanktrillertje onderbreekt het orkest de zware polka, die het publiek het wachten wat moest doen vergeten en zet een langzame wals in. Cora kwispelt met de staart, heft de ooren en haar kop, neemt die neutrale, vriendelijke en verveelde uitdrukking aan, die haar doet lijken op de portretten van Keizerin Eugénie. Manette, brutaal, glimmend, wat te vet, loert op 't langzaam omhooggaan van t gordijn, dan op Harry's opkomen. Ze gaapt en zucht al van ergernis en dorst....

Het werk begint, zonder incident, zonder opstandigheid. Cora, gewaarschuwd door 't zweeptouwtje dat haar onder den buik zwiept, onthoudt zich van bedriegelijke trucjes wanneer ze over de heggetjes springt. Manette loopt op de

Sluiten