Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorpooten, walst, blaft en springt ook over de hinderpalen, terwijl ze op den rug van de gele colly staat, 't Is slechts werk, als ieder ander van 't soort, maar correct; er valt niets op te zeggen.

Knorrige menschen zouden misschien Cora haar vorstelijke onverschilligheid verwijten en de kleine fox haar gemaakte pittigheid... Maar men kan wel merken, dat die knorrige menschen niet maanden van rondreizen in de pooten hebben en dat ze niets afweten van de hondenwagen, van de herberg, van de broodpap die dik maakt, maar niet voedt, van die lange uren van oponthoud in stations, de te korte ontspanningswandelingen, van den halsband, den muilkorf van t wachten vooral, 't zenuwachtige wachten op t uurje van oefening, vertrek, voedsel, het pak slaag.... Die lastige toeschouwers weten niet, dat het leven van gedresseerde dieren bestaat uit wachten, en dat zij er door verteerd worden....

De twee teven wachten dien avond alleen maar op 't eind van het nummer. Maar zoodra het gordijn gevallen is, wat een vechtpartij! Harry's komt juist op tijd om ze van elkaar te trekken; gespikkeld zijn ze met roode bijtwondjes en hun linten hangen in flarden....

„Dat zijn nieuwe maniertjes, Mevrouw, nieuwe maniertjes die ze hier aangenomen hebben! roept hij woedend. ,,Ze gaan gewoonlijk best met elkaar om, ze slapen samen in mijn kamer, in 't hotel. Maar hier is 't maar een klein stadje, niet? Je kan hier niet doen zooals je wel wilt. In 't logement heeft de bazin mij gezegd; „Eén hond wil ik wel hebben, maar geen twee." En omdat ik rechtvaardig van aard ben, laat ik de ééne keer de ééne en de andere keer de andere van m'n honden den nacht

Wij en de Dieren 18

Sluiten