Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en toch altijd tot een nuttelooze verandering, en men was al blij wanneer hun orders geen gevaar konden opleveren. „Jean, je moest dat langharige

dier — hoe is zijn naam ook weer? ah ja, een

yack— zie je Madeleine, dat is een yack ja,

wat ik zeggen wou, je moest die... . nu ja> dat rund eens bij die koe met de bult zetten. Twee dieren op 't erf is levendiger." „Goed Meneer" Maar Jean zorgde er wel voor dat hij geen yack-stier by een zebu-koe in 't hok bracht en als wapen tegen de onverstandige orders van sommige bestuursleden gebruikte hij zijn ouderdom, die hem recht op sufheid, op doofheid en op vergeetachtigheid gaf, al was in waarheid deze ouderdom benijdenswaardig kras. Men schudde het hoofd over Jean Raguenot, maar liet hem zijn post, omdat in den tuin alles oud was en sleet en omdat er weinig liefhebbers zouden zijn om voor enkele luttele francs, geholpen door een ventje van veertien jaar, Pierre, heel den Jardin Zoologique te verzorgen.

-br bestaan waarheden, die nooit gekend zullen worden, en de roem van veel nederigen schijnt met een licht, dat te fijn is om door onze zintuigen te worden waargenomen.

De ongekende waarheid, die toch bestond en bestaan zou hebben en niemand ooit erkennen zou, was, dat Jean dien ouden tuin, waarvoor zoo weinig middelen beschikbaar waren, deed leven door zijn goed inzicht, door zijn moed, zijn liefde, en zijn toewijding. Waarom Noach nu juist bekend moest raken en van Jean Raguenot niemand wat afwist, is een van die toevalligheden van 't lot, die het geluk van den één, het ongeluk van den ander beoogen. Want met zooveel zorgzaamheid en vlijt hoedde Jean Raguenot zijn kleine arke aan de Mid-

Sluiten