Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarin ook wel eens heel andere dieren vertoefd hadden. Men moest in dit tuintje nooit verwonderd zijn over de groepeering der dieren. Er woonde daar een gemaande miereneter naast een Amerikaanschen struisvogel en een dwerg-antilope m een oorspronkelijk voor hoenderhofvogels bedoelde

volière. . „ .

Jean was voor geen der dieren bang. Do er Loiseau wilde niet dat hij hun hok betrad en hij gehoorzaamde. Maar welk gevaar hij te duchten zou hebben van die goede, kittelgrage oude Suze, z'n leeuwin, die zichzelf als een te bakken koek beschouwde en zich slechts bewoog om als de eene zijde door de zon gestoofd was, de andere te laten beschijnen en wanneer haar rug een beurt gehad had, den buik naar de zon toe te draaien, begreep hij niet. Suze was zijn kat, zijn huispoes, ,,sa bonne vieille". „Attends, attends, on est bien comme 5a! En zijn droge oude vingers streelden het botergele vel van het roofdier, dat hier en daar bruin als honingwijn glansde. En Guillaume, zijn wolf, was die soms gevaarlijk? Een gulzigaard was hij, zoo uitgelaten met eten, dat hij, wanneer eindelijk de bak met vleesch en brood voor hem was neergezet,

uit een wild niet-weten-wat-het-eerste-naar-bmnen-

te-schrokken, in de bak zelf beet, en dan die bak met de grove-stomp-klauwige voorpooten heen en weer wendde totdat de inhoud op zijn kooibodem viel. Hij schoof de pooten in het voedsel en, den kop naar beneden, liet hij in een oogwenk dat voedsel naar binnen schieten. Eten bracht hem in een toestand van vervoering, hij liet het soms even rusten, maakte een paar wilde sprongen tegen de tralies van zijn kooi en vrat verder. Was het voedsel op, dan draafde hij maar weer in zijn cirkelhok rond

Sluiten