Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en jankte als een sentimenteele hond wanneer Jean hem met een „c'est bon, hein!" zijn kameraadschap betuigde. En Jean zette de lange ijzeren steel met het kleine, dwarse borsteltje weer in een hoek van de roofdierkooien bij dweil en emmer, greep de lange takken bezem en klom over het hek van David, zijn yack, die hij opduwend tegen de schoften van het rund, verwijderde van de op te ruimen mest. Nooit verliet hij het gereinigde erf, of een korst brood werd op de loodkleurige rundertong gelegd en een: „Hij is braaf" bevestigde den vriendschapsband.

Babouche, de oude zebu-koe, die blind was aan één oog, dat hierdoor een groote, ovale pil van gelatine leek, was zóó bevriend met Jean dat ze, wanneer hij haar hok reinigde, zijn vlekkige pilobroek en zijn gelapt groen buisje met de zwarte streepjes met haar zachtmoedige tong belikte of het zoo mild als gras was.

Een Afrikaansche struisvogelhaan die in een erf mocht wandelen, waar in beter dagen de zebra's gehuisd hadden, knipte met het ooglid tegen Jean, die hem 't voer in zijn bak en nieuw ligstroo in den kooihoek kwam brengen en liep achter hem aan, rekte af en toe de hals hoog uit om toch niet te laten vergeten dat hij de baas was en op Jean neerkeek.

Jean riep de kippen en de goudfazant rondom zich en maakte dat het communisme in hun staat gehandhaafd bleef. Hij _ ging dan Charlot, zijn pauw, zoeken, die vrij-uit in den tuin rond mocht loopen, maar bij den hoendermaaltijd aanwezig moest zijn. Meestal vond hij Charlot op het sparreboompje achter het beeldje van Psyché, vlak bij het prikkeldraad dat den dierentuin afsloot van

Sluiten