Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't smalle randje steenstrand, waarover de zee haar golven liet spoelen.

Dan klom hij over het lage hek van Antoinette, de gestreepte hyena, die Jean nooit onmiddellijk als vriend wilde erkennen en met den bezem achteruit gejaagd moest worden. Antoinette blies woedend en liet de lange harde rugharen te berge rijzen, maar even spoedig weer zakken. De hyena scheen Jean gelijk te geven, die opmerkte dat men onder oude kameraden wat beleefder zijn kon. Bij Charlotte, de apin, een vergroende magot van Gibraltar, die de mater familias van drie kleinere aapjes was, die op den boom stoeiden en langs de tralies klauterden Charlotte zelve zat steeds op het plankje

boven de schuif die van de buitenkooi naar het bedompte nachthokje voerde —, werd pauze gemaakt. In dat apennachthokje, een somber doosje, waarin lucht noch licht mocht dringen, alsof men zorgvuldig den doordringenden geur, die er heerschte, in al zijn kracht bewaren wilde, dronk Jean zijn kop koffie tegen elf uur en at hij zijn boterham tegen éénen. Charlotte liep dan ook steeds de nachtkooi in en nooit heeft iemand geweten of Jean haar uit het hok haalde om gezelschap te hebben bij zijn lunch. Zijn goede vrouw Maria Marinelli was verontwaardigd dat Jean niet met haar het tweede déjeuner gebruikte, maar ze wist het wel, haar man, voor wien ze veel ontzag had en van wien ze hield, was een zonderling, „un vieux fou, quoi . IN^Ïaar een man is een man en Maria was te veel Italiaansche om niet juist voor zulk een stillen zonderling in haar diepste wezen eerbied te hebben. Op die dieren, voor wie Jean haar verwaarloosde, was ze jaloersch. Malédiction! Franciscus van Assisi was de heilige Fran-

Sluiten