Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haus had dringend een nieuw dak noodig en aanleg van stroomend water op de twee hoogste verdiepingen. Maar, zoo meende de Raad, dat zou men nog wel een jaartje kunnen uitstellen. „Waneer de gasten zich zoo makkelijk kunnen wasschen, maken zij zich te dikwijls vuil, quoi!" meende Sarreau, de Provencaal met 't guitige knipoogje.

En met meer dan drievierde der stemmen besloten deze fantasierijke heeren dat men een ronde som gelds voor den dierentuin zou beschikbaar stellen, teneinde dien te illustreeren met een pompeuze aanwinst, un hippopotame, un rhinocéros, quelque chose dans ce genre! En meester Cantonneau, de Officier van Justitie, riep half spottend, half geloovig: „We worden een tweede Hagenbeek!"

De aanwinst kwam en verbrak met zijn uitzonderlijkheid de gemoedelijke en bescheiden sfeer van het smalle dierentuintje aan de Middellandsche Zee. Te groot, te vreemd, te ver was die machtige orangoetan-man die aangekocht werd. Maar Canty-surMer zag dat niet, zoomin als een klein-burger die een antieken zilveren beker geërfd heeft begrijpt, dat men zulk een beker niet goed naast een goedkoop gipsen afgietseltje op den schoorsteen zetten kan. „Is hij niet mooi, onze orang-oetan, is hij niet prachtig?" En in de grootere en bezochtere plaatsen van de Cöte d'Azur werden aan de muren aanplakbiljetten aangebracht.

„Vergeet niet Canty-sur-Mer te bezoeken. In de uitgestrekte Zoologie een reuzenorang-oetan. De grootste der wereld!"

Men had in de plaatselijke courant het bericht gelezen, dat in Marseille een diertransport uit

Sluiten