Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsch-Indië zou aankomen. Loiseau, Levantini en de burgemeester waren er heen gereisd en men had eenstemmig, al was het dan duur, uit dit transport een der vele Sumatra-orangs aangekocht, omdat men dien toch wel het mooist vond. Een vrouwenroover, een philosoof, een dier met een groote snor en baard. Sterk, wild, gevaarlijk. Geloove wie wil, dat dit een aap is!

Docteur Loiseau, die zich als medicus bij gebrek aan andere exacte geleerden, het orakel der exacte wetenschappen voelde, van wiskunde tot biologie en sterrenkunde, merkte nadenkend op, dat zulk een dier wel eens Darwin's missing-link zou kunnen zijn. Wat orang-oetan! Dat is maar een naam. In zijn studie-tijd had hij in 't „muséum", Rue Geoffroi St.-Hilaire, echte opgezette orang-oetans gezien, gewone apen waren dat maar.

Geld jongt, leert de staathuishoudkunde. Uitgaven jongen ook. Hoe de orang-oetan te bergen! Het broeikasje naast Jean's woning werd ten deele uitgeruimd, cacteeën en koningin der nacht, tropische begonia's en ficus elasticus naar één wand geschoven. En in de serre bouwde men voor den verschrikkelijke een ijzeren kooi, met een klein nachthok er in geplaatst, het geheel op een houten stellage.

De kop voor de borst, de lange, wild behaarde armen over de schouders gevouwen, de kleine oogen verschanst in het platte, breede, schorsig-verweerde en verharde aangezicht, zat de orang-oetanman boven zijn nachthokje en keek onverschillig naar 't jonge en het oude Canty-sur-Mer, dat hem kwam aanstaren en hem allerlei sombere eigenschappen toedichtte.

Wij en de Dieren 19

Sluiten