Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veel werd er over zijn kracht gesproken en doordat de een een uitspraak van den ander nog overdreef, voerde men het praalrecord op tot vijf en twintig man, die met beide armen niet zooveel kracht ontwikkelen konden als de orang. Sansonnet, de manufacturier, die het als bestuurslid toch weten kon, legde op een Zondagmorgen zijn vrouw uit, dat in natuurstaat zulk een orang iederen dag een krokodil de kaken van elkaar rukt om diens tong te kunnen verorberen. Sansonnet sprak zoo hard dat ook de omstanders zouden hooren welk een belangrijk zoöloog hij wel was. En Dr. Loiseau keek in zijn Buffon nog eens aandachtig na, wat deze deftige geleerde van den orang-oetan te vertellen had.

De orang-oetan werd het eere-monument van de kleine stad en er waren maar weinig inwoners, die hem niet minstens éénmaal in de week een bezoek kwamen maken.

Hoe Jean Raguenot over de groote aanwinst dacht, was hem niet aan te zien. Hij deed rustig zijn werk, was niet spraakzamer dan vroeger. En toch voelde Jean zich vereerd, heerlijk gewichtig dat men hem nu zoo vaak omringde en dat men zoo tallooze malen vroeg: ,,En. . . . nieuws van den orang-oetan — hoe gaat 't met de orangoetan?" Hij antwoordde al die vragers slechts met een brommig: „Ben, ben", maar in zijn oude ziel straalde en blonk het als in een goed gevulde uitdragerszaak, waar veel oud koper is saamgebracht. Hij was een belangrijk man geworden door zijn grooten schat, den orang-oetan, dien hij door de kracht van zijn begeerte had weten te verkrijgen. Welk mensch, die altijd bescheiden en nederig en tevreden scheen, blijkt dit niet slechts uit nood-

Sluiten