Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Bel nee djern, 'n uiver is grutter as 'n kiep en deze zijn nog gin-ins zo gróót as 'n kiepèi!

— Hedde gij de vogels nie gezien; ze weure zo gauw 'eweg en 'k had 'r in's geheel gin èrg in!

— 'k Doch ers', dat 't 'n bruine ent was, krek zoo zag tie d'r uit en wa'n spiktaokel mieke ze!....

Bart peuterde met een stokje een gaatje in een van de eieren en liet er een klein straaltje uitloopen.

— Hij 1 s varsch!

Ze zogen er ieder een uit en dan deden ze gras in Leneke's bovenrok en legden de eitjes voorzichtig erin.

En nu naar huis, want 't was ongemerkt laat geworden en de zon lag diep weggezonken achter de passen en scheen met rooden gloed door 't gebladerte De vogeltjes waren stil geworden, hier en daar sprong er nog een enkele ritselend van tak tot tak om nog een vliegje te verrassen, maar de meesten zaten al warm in hun mooie, kunstige nestjes, die daar verscholen lagen in 't dichte groen, waartusschen de duisternis en de mist begonnen op te trekken en de lijnen en vormen der dingen wegvaagden tot een ondoordringbare grauwe schemering.

Leneke liep voorop, de tippen van de rok krampachtig tegen zich aan gedrukt en Bart kwam met de handen in den zak achteraan en schopte met den klomp tegen de knotwilgen.

Opeens hoorde ze hem niet meer achter zich. Ze keek om maar hij was weg, als door de aarde verzwolgen. Ze keek achter de wilgenstammen en riep, maar er kwam geen antwoord. En de passen lagen daar

Sluiten