Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo angstwekkend stil en roerloos, als een donker geheimzinnig woud, met allerlei verschrikkelijke, onzichtbare monsters erin, die op haar loerden Misschien

was Bart daar ook al door meegesleept, en weggevoerd in 't zwarte binnenste ervan ....

Een koude rilling voer haar over den hals en langs den rug, en ze wilde vluchten naar de wei, die daar lichtend in de verte lag, maar ze was als verlamd.

— Bart!.... Bart.... kom dan toch!

Maar 't bleef ijzig stil en alleen de wilgenblaren boven haar lispelden zachtjes. De angst kneep haar de keel toe. Ze liep een paar passen vooruit, maar dan ritselde er een eind verder iets in de takken en ze dorst niet meer. Ze leunde zich tegen een boom en snikte onstuimig

Opeens klonk een vroolijk lachen door de lucht en Bart sprong te voorschijn van achter een struik.

— Hèè.... Leneke wa' zij-de gij bang, 't is nog schand veur zöö'n grööte djern

Hij trachtte haar de hand voor de oogen weg te nemen, maar ze bleef onbedaarlijk doorschreien en trilde over haar geheele lichaam. Hij voelde de warme tranen langs zijn hand rollen en dan kreeg hij ineens een vreeselijke spijt, dat hij haar zoo'n verdriet had gedaan en aaide haar over de haren:

— Suut nou mar Leneke suut nou mar.... 'k

zal 't nooit wer doen! Hij kuste haar zachtjes op de natte wangetjes en ze voelde den vreeselijken angst nu langzaam wegtrekken, nu Bart er weer was.

— 'k Was zo bang, dat 'r 'n lillik beest uit zou

Sluiten