Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam gedurig om 't Maandag op school te kunnen vertellen.

De boterhammen lagen gesmeerd en nu moesten de eieren worden weggelegd, tot na 't eten. — Ze sloten de oogen en baden, maar Bart loerde langs zijn pet, of de eieren niet van den schoorsteenmantel konden rollen. Ze praatten zonder ophouden door en vroegen van de patrijzen en of ze niet konden worden uitgebroeid onder een kip. Vader antwoordde met langzame hoofdbewegingen of met een enkel woord en nu ze een paar happen op hadden, kregen ze honger en propten de dikke sneden roggebrood haastig naar binnen en dachten aan alles wat er nog te doen viel.

Toen 't eten gedaan was gingen ze met vader naar de deel en beurden 't deksel op van 't oude konijnenhok, waar de broedsche kip in zat. Die ging geweldig te keer en pikte van zich af, maar vader had hem al gauw bij de keel en lei met de andere hand twee patrijseieren er onder.

Dan moest moeder een kom geven en ze pikten met een stopnaald aan beide einden een gaatje in de overgebleven eieren en bliezen zich de wangen bol, tot ze allemaal leeg waren. Nu werden ze aan een draad geregen en boven 't spiegeltje in 't opkamertje gehangen, en dan was 't al tijd om naar bed te gaan.

Maar ze lagen nog lang te fluisteren over de gebeurtenissen van vandaag en wat ze morgen zouden doen.

— As ze nouw uitkomme, die dinger, hoe hiete ze ok wer?.... overlei Bart, dan zü've ze motte kortwieke, veur da'se vlug zijn!

Sluiten