Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dingen en gezichten, die ze vooruit wisten weer te zullen zien, lagen daar als zoo'n eindelooze tijd van verdriet en verveling vóór hen, dat het leek of 't nu voorgoed uit was en er nooit meer iets plezierigs kon gebeuren.

Maar wanneer ze 's avonds op bed den dag na gingen, dan was de schooltijd niet meer dan een herinnering aan iets onaangenaams, dat vroeger een keer gebeurd was en ze hunkerden al naar de speeluren van morgen om alles ten uitvoer te brengen, waarvoor vandaag de tijd te kort was geweest. En zoo ging de zomer voorbij en de herfst, en 't was één lange dag, die achter hen lag.

leder jaargetijde bracht weer zijn eigen spelen en bezigheden mee.

— Tegen Paschen vuurtjes stoken en vogeleieren uithalen; dan, al gauw, werden de wegen mooi om te hoepelen en sneden ze pinkels van het erwtenhout en als 't te warm werd, was 't het best om languit in 't gras te liggen, met een nat koolblad onder den hoed. Dan kwam de hooitijd en trokken ze naar 't land om mee te helpen opladen en weer later gingen ze aren lezen en lieten vliegers op.

In den winter, als er ijs was, of sneeuw, dan was er zooveel plezier, dat ze er 's avonds haast niet van konden slapen, maar wanneer de wegen blank stonden van de plassen en de wind over de kale weiden joeg, dan zaten ze de lange avonden opgesloten in huis en zocht ieder er zijn bezigheid. Bart timmerde vogelkooitjes of knutselde een zeilscheepje van een ouden

Sluiten