Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kraakten de trapjes en vader stond met een vergramd gezicht in de deur.

— Ha'k 't nie gedoch! Blaag van 'n jong

hiér zèg 'k oe!....

Hij greep hem ruw bij den arm en sleurde hem mee naar een stoel. Dan lei hij hem over de knie, stroopte 't broekje af en sloeg hem ongenadig op de bloote billen.

Leneke lag met de handen voor de oogen te rillen op bed en telkens wanneer de groote eeltige hand met een harden slag neerkletste, was 't of ze zelf de pijn voelde. En 't moest verschrikkelijk zeer doen, want Bart schreeuwde en krijschte of hij vermoord werd.

— Oëwe Oëwe vad 'k zal 't nooit

weer doen, — oewe .... Moed hij mak me këpot!....

't Was niet om aan te hooren en vader bleef maar doorslaan. Moeder kwam binnenloopen en droogde Bart zijn gezicht af met de schort en dan ging ze de kleertjes voor hem halen uit 't kamertje.

Leneke was 't bed uitgekomen en streelde en kuste hem op zijn rood behuild gezicht en noemde alle lieve naampjes, die ze wist.

Hij zat nog een tijd na te snikken van de pijn en om de schande en dan moesten ze gauw ontbijten en naar school.

's Middags keek Bart van terzijde naar vader, om te zien of hij geen berouw had, dat hij hem zoo mishandeld had, maar zijn gezicht stond strak en effen als altijd en hij zei niets.

Sluiten