Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Minsch, minsch, wa' zie-de gullie d'r nou heerechtig uit; 'k zauw oe haörs nie' mêêr kenne!

Bart ging 't boek halen en Leneke kreeg een paar pepermuntjes mee uit 't zilveren doosje en dan gingen ze op weg.

Maar nu hoorden ze roepen achter zich en 't was moeder, die kwam aanloopen met een pak onder den arm.

— Bart 't keuje ge hè' 't keuje vergëte en

daor hè 'k nou nog wel zöö blujïg op zitte wèrke! Ze liepen nu haastig voort en kwamen in 't dorp.

In de breede lichtvlek, die uit de hooge schoolramen over de straat scheen, stonden een stuk of wat jongens hun pijp te rooken, voor ze naar binnen gingen en een paar kleine kinderen heschen elkaar op, om door de vensters naar binnen te kunnen kijken.

In 't voorportaal stonden de jongens en meisjes, allemaal op z'n Zondags, in groepjes met elkaar te praten en de knoppen langs den muur hingen vol met mooie hoedjes en manteltjes.

Leneke zag er al de bekende gezichten weer van vroeger en verwonderde zich, dat al die stevige ronde jonge deerns, met opgestoken haar en frissche bloesjes, die daar stonden te lachen en te stoeien met de opgeschoten jongens, dezelfden waren als die spichtige verhavende kinderen, waarmee ze vroeger op de schoolbanken had gezeten.

Ze keken door de glazen deur in het helverlichte lokaal, waar de familie van den meester en hier en daar enkelen van de deftige menschen uit het dorp al plaats hadden

Sluiten