Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Tjéé Hanjéé ge verlies 't bombakkes

jong!

Drikus de schilder kwam van achter 't scherm bij de kachel en hielp het masker weer voor te binden maar Hanje riep, dat hij er uitscheed, wanneer ze niet ophielden met 't schreeuwen. Hij was er nu heelemaal uit en wist niet meer waar hij gebleven was. Drikus stond met 't schrift in de hand 't hem voor te fluisteren, maar hij was zoo in de war, dat hij 't niet verstond.

— Mééster! Drikus zit veur te zége! riep een stem achter uit de zaal en 't gelach begon overnieuw. Onderwijl zat Bart, die voor 't wezenlijke varken moest spelen in 't hok te knorren, en wreef zich tegen de planken en dan stak hij den raren snuit er bovenuit en wenkte heimelijk tegen Leneke, dat ze de tranen in de oogen had van het lachen.

De studenten kwamen hem er nu uithalen, en sleurden hem onder een ijselijk gegil heen en weer, dat hooren en zien verging en Leneke zich 't hart vasthield, dat ze hem werkelijk pijn zouden doen. Dan kroop een van hen in 't hok en de ander ging den boer halen en nu werd 't zoo dwaas en 't gebrul en gelach in de zaal zoo luid, dat er geen woord meer van te verstaan was. Fritske, die nu de varkenshuid aan had, danste als een bezetene met den boer in 't rond en zijn vader, 't ronde blozende voermanneke met de ringetjes in de ooren, die achter in de zaal bij de ouderen zat, was uitgelaten van plezier, dat zijn zoon 't zoo mooi deed en klom boven op de bank en vuurde hem aan.

Sluiten