Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Kö vort, nie kijnderechtig zijn; ge hè' nog wel zo'n aorig djernje en dan motte ok kunne pruven ok!....

Leneke zat binnen onrustig uit te kijken, waar Bart zoo lang bleef, 't Geroezemoes van de stemmen in de hooge, volgerookte ruimte en al die druk-lachende menschen om haar heen, 't was zoo ongewoon en zoo vreemd, dat ze er stil van werd en stillekes voor zich heen zat te kijken. De andere meisjes bemoeiden zich nu ook niet meer met haar, omdat ze niet mee kon doen en nu Bart maar steeds wegbleef stond ze op en ging naar 't voorportaal. Hij stond daar luidruchtig te praten tusschen een troepje jongens en als hij haar zag, kwam hij opgewonden naar haar toe, sloeg den arm om haar middel en wilde haarkussen. Maar Leneke maakte zich los: — Neeje Bart!... laöt 't dan toch ... duu nou nie zoo gek ... lao've maar 'n eind gaon kuiere!

De jongens stonden te lachen en Bart liep boos weg. Binnen werd er getikt en iedereen zocht nu zijn plaats weer op. —

De meester hield nu zelf een voordracht en allen zaten stil te luisteren.

Dan kwamen er steeds weer anderen, maar de menschen hadden er nu genoeg van en begonnen druk onder elkaar te praten en niemand lette er meer op den spreker.

De meisjes zaten met vuurrood gezicht en den zakdoek voor den mond, te proesten van 't lachen om de aardigheden, die de jongens, achter hen, ze in 't

Sluiten