Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hard van 's morgens tot 's avonds, om vrij te zijn van 't pijnigende denkbeeld en wanneer ze er op bed over lag te peinzen, dan werd 't soms alles, of 't maar een droom was geweest en lachte ze er om, dat ze zich zoo noodeloos daarmee kwelde, of ook wel troostte ze zich er mee, dat 't later misschien nog wel weer vergeten zou worden, als een fout, die ze als kleine

kinderen hadden begaan Bart zou zeggen, dat 't

niet zoo heel erg was, omdat ze nu toch nooit meer zoo slecht zouden zijn en langzamerhand ging 't dan uit 't geheugen en werden ze weer dezelfde Bart en Leneke van vroeger.

Maar toen hij Zaterdags thuiskwam, vroeg hij alleen maar of moeder er niet naar gevraagd had, waarom ze zoo laat waren thuis gekomen en toen hij hoorde, dat ze er niets van gezegd had, zei hij dat 't dan alles in orde was en lachte haar erom uit, dat ze 't aan

moeder had willen vertellen

Drika en die anderen, dat was heel wat anders, dat waren slechte meiden, die vandaag met den eenen en morgen met den ander liepen, maar zij waren van elkaar en van niemand anders. En Leneke begreep nu zelf niet meer waarom ze 't zoo slecht had gevonden en nu zag ze hem weer, zooals ze hem tóén gezien had, den flinken stevigen jongen met zijn blozende wangen en heldere open oogen en ze legde haar arm om zijn hals en trok zijn hoofd naar zich toe. —

't Was nu volop lente en 't witte huiske stond er onveranderlijk, blinkend wit in de schitterende zon, te midden van 't frissche groen der weiden.

't Witte Huiske. 4

Sluiten