Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

open veld lag te blaken in de zengende zonnestralen, 't Gras langs den weg was grijs bestoven en in de heete trillende lucht dansten zwermen van heel kleine mugjes op en neer en volgden Leneke, waar ze ging.

Ze had een gevoel of ze in een groote zee van lauw water liep en herhaaldelijk veegde ze 't zweet af, dat in dikke druppels langs voorhoofd en wangen rolde. Haar stappen klonken dof over 't dikke stof en geen mensch was er te zien op den langen weg. — Die lag daar voor haar uit als een lange streep meel, witblinkend in de zon. 't Was Leneke of daar heel in de verte een man vooruit liep, met een zak op den rug en daar was een gat in en 't meel liep maar al door neer, in een lange kronkelende lijn over 't groen van de weiden. En hij liep.... en liep en zij moest hem inhalen, maar altijd bleef hij vóór en ze kwam niet nader.

't Bonsde in haar hoofd en een vreemde pijn trok haar door 't voorhoofd en de kaken. Ze wilde denken en trachten een uitweg te vinden, maar allerlei vreemde gedachten en voorstellingen warden in haar hoofd door elkaar. 'tWas haar nu of er een zwerm van booze geesten overal in haar en om haar heen zaten. Ze drukten haar op de schouders en wilden haar de keel dichtknijpen; anderen hingen haar loodzwaar aan de beenen en trokken haar 't ingewand stuk in de lendenen. En in de lucht gierden en floten ze en lachten haar honend in 't oor. Ze voelde de knieën onder zich knikken en liet zich machteloos neerzinken in 't gras langs den weg.

Sluiten