Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iemand anders ging en ze zocht tevergeefs ernaar om zich te herinneren, wat ze eigenlijk voor kwaads had gedaan. Dan opeens begreep ze, dat ze nu voor altijd weg moest, misschien wel naar de gevangenis en moeder en Bart en 't witte huiske en de velden, ze zou ze nooit weerzien, maar altijd in een donkere kamer opgesloten moeten zitten en nu begon ze zachtjes te

weenen.

De dominé nam troostend haar hand in de zijne en sprak vriendelijke woorden tegen haar en dan moesten ze weg.

In de keuken zat moeder met de handen voor de oogen en Leneke zag, dat ze geschreid had en nu kreeg ze weer datzelfde gevoel van vreeselijk berouw, dat ze haar zooveel verdriet had gedaan en ze barstte opnieuw uit in tranen. Moeder stak haar de hand toe tot afscheid, maar dan opeens trok ze haar naar zich toe en kuste haar op de wangen. Ze zocht in 't laadje van de kast en drukte haar heimelijk een dubbeltje in de hand. — Daor mot-te mar pippermunjes veur koope, veur onder wëêgs, da's goed vêür de pijn in de buik!

Maar de dominé was al buiten en wachtte ongeduldig. Ze gingen nu over 't uitweggetje en Leneke dorst niet om zich heen, of achterom te kijken, om niet te gaan schreien. Op den landweg reed de herbergier uit 't dorp met het tentwagentje heen en weer; ze kropen er achter in en nu ging het naar 't station.

De wind was opgestoken en sloeg de zeiltjes klapperend heen en weer en Leneke zat stil in haar hoekje en keek naar den breeden, donkeren rug van den koetsier, die

't Witte Huiske. ®

Sluiten