Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kamertje te zitten, net als de rijke menschen uit de stad, die Bart en zij zoo dikwijls hadden benijd en ze voelde zich trotsch, dat ze er nu zelf zoo deftig en voornaam naast den dominé zat. Snel achter elkaar doken buiten de palen met de witte potjes op, van onder 't venster. De draden klommen al hooger, tot vlak bij den rand en dan verzonken ze plotseling, bij een volgenden paal, weer in de diepte en 't spel begon overnieuw.

Leneke herkende de breede sloot, waarop ze 's winters wel eens had schaatsen gereden en ze zag in de verte de boomgaarden, waar 't witte huiske tusschen de stammen doorschemerde. Een groot verlangen kwam in haar op om daar weer rustig te leven, tusschen al die bekende dingen en 't was haar onverschillig in den trein te zitten, nu Bart er niet bij was. Hij zou nu ook niet meer thuis mogen komen en 't zou er alles verlaten liggen, 't kamertje en de passen, en heel die kleine wereld, waar ze samen in groot waren geworden en waar 't overal leven en vroolijkheid was geweest, van hun spelen en van 't geluid hunner stemmen. En misschien was Bart nu ook wel opgesloten, of had vader hem vreeselijk geslagen! Ze wilde 'taan den dominé vragen om zekerheid te hebben, maar hij zat druk te praten met een oud vrouwke tegenover hem en ze zou 't toch ook niet durven er met hem over te spreken.

Nu waren ze bij de passen. De sloot met de wilgen er langs.... de lange rijen van dichte elzestruiken .... in een oogwenk was 't alles voorbij en nu

Sluiten