Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W I M K E.

Met een ruk sloeg Wimke de deur van „Nooit gedacht" achter zich dicht en bleef wezenloos voor" zich uitstaren in de grijze, natte lucht, die koud en triestig, in 't matte licht van de namiddagzon, over het dorp hing. Hij streek met de volle hand over 't barsch gefronste voorhoofd en de gele, neerhangende knevels, drukte de pet diep in de oogen en stapte de straat op. Met zijn hooge, vuile vetlaarzen plonsde hij zwaar door de bruine waterplassen van 't paardenpad midden op den weg en schoot nu en dan met een vaartje vooruit, of opzij, alsof iemand hem een duwtje in den rug had gegeven. Dan keek hij verontwaardigd om zich heen, vloekte tusschen de tanden en ging weer verder met strammen pas van oudgediende, midden door de modder.

Langs de heg van het kerkhof liepen een paar jongens te knikkeren, de een met een glazen bal, waar roode en blauwe slangetjes doorheen liepen en de ander met een grauw stuk bot, achter 't krekelhuisje gevonden en rondgeschuurd aan den portlander muur. Als er een misgooide, stiet de ander een korten, krijschenden

77

Sluiten