Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij zijt nu vast vereend

Hoe gong 't nou ok wir wijjer?

Maar 't was al weer weg en hij zocht tevergeefs onder den warboel van oude versufte gedachten, die hem door het hoofd soesden. — Pluksel of mêël hed-de

ien d'n kop, anders niks!

— Da' kumt van 't pruve! had de dokter gezegd,

maar dat waren maar kletspraatjes.

_ Pruve; pruve; van die zes of zeuven op

d'n heelen dag!.... en Pietje-d'n-knol dan, die dronk er wel tien en die was al wel haast zeventig jaar en mankeerde niets!.... Wimke maakte een minachtend gebaar en spuwde verachtelijk op den grond.

Hij was nu aan het einde van de kerkstraat gekomen en sloeg 't smalle weggetje in, dat langs de dichte beukenhaag, met hier en daar verschrompelde bruine blaadjes er nog in, en verderop, langs 't weitje van Peterkens hofstede, naar 't midden van 't dorp leidde. Een streep valsch-wit licht scheen in schuine stralen van onder een grauwzwarte, regenzware wolk uit en speelde in groezelige tinten over de waterplassen.

Boven in een van de hooge iepenboomen in de verte, was een man bezig een tak af te hakken en Wimke keek er naar, met een vaag gevoel van niet-begrijpen, hoe de bijl geluidloos neerkwam op 't hout en de doffe klank pas tot hem doordrong, wanneer de man zijn armen alweer voor den volgenden slag had omhoog geheven.

Uit de verte klonk het geschreeuw van de jongens die hun spel hadden hervat, omdat Wimke toch maar 't Witte Huiske. ®

Sluiten