Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken en Anneke zou hij toch nooit krijgen. Maar toen hij een tijd later hoorde, dat Anneke naar de stad was gestuurd om te dienen, toen was 't uit geweest en had hij zich maar laten gaan en doorgeleefd zonder denken, als een beest, dronken, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, wanneer hij, zonder bewustzijn, ergens de deur werd uitgegooid, of neerviel langs den weg. In 't eerst was het bij tijden nog wel eens teruggekomen, het leven en de helderheid in zijn hoofd. Dan had hij soms liggen schreien als een kind, dat hij 'talles weer zoo jammerlijk verknoeid had; dan zocht hij werk en maakte weer plannen. Maar 't gaf niets; Anneke zou hij toch nooit weer zien, en in zijn keel en van binnen in 't ingewand schrijnde de dorst als een brandend vuur; en hij dronk weer verder, 't Geld uit het sigarenkistje.... de horlogeketting, dien hij van Anneke had gekregen, alles had hij verzopen, tot ze hem op 't laatst hadden uitbesteed bij den vilder, een ruwen vent, die hem niet half genoeg te eten gaf en hem maar liet rondloopen als een

smerigen, verdierlijkten kerel zoo was hij Wimke

Luts geworden, dien de straatjongens nariepen en met steenen gooiden, wanneer hij geen versje voor hen wilde maken

Van uit de verte klinkt het gehotsel van een karretje en 't sjokken van het paard, dat moe de hoeven over de grint sleept en ze zwaar neerplast in de lange vuile poelen

Sluiten