Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den loop der lange jaren, dat ze daar zwijgend had zitten toekijken, had ze langzamerhand de beteekenis van al die poppetjes, die daar zoo schijnbaar slordig over 't bord verspreid stonden, weten te ontwarren.

Had Jefke een „valstrik" voorbereid, dan hield ze met hem den adem in, tot Steven gezet had. Liep hij er in, dan gaf ze Jefke terluiks een stomp in de zij van verstandhouding en gingen de zaken slecht, dan trachtte ze Steven af te leiden door over andere dingen te praten. Maar nog veel meer dan uit den stand der stukken, wist ze uit het gezicht en het doen der spelers op te maken hoe het stond.

Op 't oogenblik zag ze wel, dat Jefke er slecht voor stond, maar uit zijn oogen las ze, dat hij op iets groots zon.

— Hij het oe nog lang nie, aldat ie lastig is van d'n avond!

— Toe mar Jefke, ge mot 'm eiges is aon 't vesje vule, ge laot hum mar aldeur aon de gang!

Maar Jefke luisterde niet. Op den linkerelleboog geleund hief hij zich op zijn knie omhoog en loerde, met 't hoofd vlak boven de stukken, spiedend naar alle kanten. Daar ginds stond de koning van Steven, brutaal of er geen vijand bestond, zonder eenige andere beschutting dan 't paard er voor; rechts een pion en links een veld verder nog een pion.

Eén zet: 't fort bijtrekken schaak op de onderste lijn; en dan met den raadsheer mat!

't Was zoo mooi overdacht zoo absoluut zeker ...

Sluiten