Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Eerst wachtten ze tot een mensch half dood was en dan kwamen de ezels hem halen!

Maar Steven bleef roerloos liggen en dan eindelijk

vroeg hij met zachte stem — Enne! zauw 't hin-

dere, a'k 's aoves 'n paor pötjes speul twee of

drie bevêürbêêld?....

De dokter begreep eerst niet en dan keek hij met verbazing naar den grooten kerel, die met angstige oogen het vonnis van zijn lippen trachtte te lezen.

— Als je over veertien dagen dood wilt zijn, dan speel maar op!

Steven klemde zijn lippen op elkaar en zweeg.

Tegen den avond, vóór den gewonen tijd, kwam Jefke, die 't al in het dorp had gehoord. Hij was bleek en ontdaan en vroeg herhaaldelijk weer 't zelfde. Zoodra vrouw Vermeer even de kamer uit was schoof hij den stoel dichter bij 't bed en vroeg fluisterend:

— En vijnd ie 't goed?

Steven schudde treurig het hoofd en Jefke bleef verslagen zitten kijken, 't voorhoofd in diepe rimpels getrokken en de handen slap langs 't lijf.

Hij kwam nu iederen avond terug en vertelde Steven van de dingen, die hij in 't dorp gehoord had; en dan, als van zelf, kwam 't gesprek altijd weer op het spel. Ze diepten uit hun geheugen mooie zetten op, die ze vroeger hadden gedaan en beredeneerden hoe 't gekomen was, dat de partij toch was verloren, of wat voor nieuws ze zouden beginnen, wanneer Steven weer beter was, en zoo ging de avond ongemerkt voorbij en voelden ze 't gemis minder, van de stukken niet voor zich te hebben staan.

't Witte Huiske. 9

Sluiten