Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevend, op 't andere in sierlijke krullen van den eenen kant naar den anderen zwierde; en de zoon van den smid, die als een pijl uit den boog wegschoot, en heel alleen, om meer ruimte te hebben, langs den buitenkant van den vijver zonder uitrusten, rondreed. Andere, voorname, menschen daarentegen, zooals de zoon van den dominé, die anders met opgeheven hoofd door het dorp ging, scharrelden onopgemerkt op een rustig plekje met houterige streekjes, heen en weertusschen de kleine kinderen.

De meisjes stonden met paars-roode wangen en den hoed scheef op 't verwaaide haar, in groepjes met elkaar te praten en te giegelen en keken terzijde uit om te zien of er geen jongen kwam om met hen naar den anderen kant te rijden. Nu en dan, wanneer er veel tegelijk aan een kant bijeen stonden, maakten ze een grooten slinger van jongens en meisjes en dan ging het, met gelijk uitstrekken van al die beenen, beurtelings naar rechts en links, tsjoek.... tsjoek.... erover, dat 't geluid hol weerkaatste tegen de muren van 't kasteel en den boschrand. De kinderen krabbelden er achteraan en weerden zich uit alle macht om ze bij te houden en aan 't eind hielden ze elkaar allemaal met languitgerekte armen vast om den slinger niet te verbreken. Maar de vaart was te groot, sommigen vlogen ver door, met de beenen naast elkaar, of slierden, klein ineengedoken, op de hurken verder; anderen pakten 't meisje vóór hen om 't middel en draaiden ze in de rondte en 't was een roepen en lachen, dat 't blij schalde door de ijle lucht.

Sluiten