Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan met die twee voorovergebogen, net-eendere, leergele koppen naar het licht gekeerd, beiden met de pijp in den barsch neergetrokken, linker mondhoek en 't rosbruine haar naar denzelfden kant gestreken, zooals ze daar, strak voor zich uit, zaten te turen naar 't gepeuter van hun vingers.

— Janse! groette Hent, zonder opkijken; en

dieper in de kamer kwam 't zelfde geluid van Heintje en dan bleven ze weer stil doorwerken en letten verder niet op den boerenarbeider, die bedremmeld bij de deur bleef staan en vol ontzag naar 't kunstig werk in die kleine radertjes en veertjes bleef staan kijken. Dan stopte hij zijn pijp uit de groote, gevlochte mand met krultabak, die Hent zwijgend naar hem toeschoof en ging zitten rooken op de lage bank naast den muur.

— 'k Kwam is kijke of da' ge 'm vjerrig het? vroeg hij eindelijk.

Hent zette bedaard een nieuw ronseltje in het horloge waar hij mee bezig was en dan bewoog hij 't hoofd een paar centimeter naar den kant van Heintje:

— Hedde-gij Janse gemakt?

Heintje schudde het hoofd.

— Dan zal-tie d'r nog wel ligge Janse 1

Hij scharrelde langzaam met de hand tusschen de massa zilveren en nikkelen horloges, die over de heele tafel verspreid lagen en verschoof ze een eindje met den wijsvinger, terwijl hij den naam ervan noemde:

— Djerk Geurts,.... Evert,.... Töön de smid, meneer de pastoor.... Aörië .... Arnd-van-de-mulder en hier is Janse!

Sluiten