Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij ging nu de berichten van de andere dorpen na, die kinderachtig en onbeduidend leken, bij die van hun eigen dorp.

Maar nu hoorde hij de buitendeur opengaan en hij liet snel de beenen onder de bank glijden en zat nu weer met ernstig, verdiept gezicht in een horloge te peuteren, alsof hij zich nooit verroerd had uit zijn vaste houding.

Een klein meisje kwam binnen, met een doosje in de hand en bleef verlegen staan wachten. — Zoo gauw Heintje 's middags de plaats in had genomen van vader, was hij op eens Hent-eiges geworden; praatte met dezelfde gewichtige, sleepende kraakstem een paar vriendelijke woorden met de klanten en haalde met langzame armbeweging het te repareeren voorwerp naar zich toe, om te zien wat eraan gedaan moest worden.

— Lao' mar is kijke, wat da' ge daor veur mööïs in hèt!...

Hij maakte het doosje open en haalde er een speelgoed-

locomotiefje uit:

— Nou, nou da's aorigheid!.... en nou wil-tie

zekers nie mer loope? 't Is göëd heur; da'zü-'ve

wel is veur oe make!

Maar 't kind bleef nog wat staan treuzelen, en dan opeens zei het gauw achter elkaar:

— En moed' zei, wanneer da 'k 't wêêr kon haole?

— Wanneer wou-de 't gehad hebbe ? vroeg Heintje. — Mèrege!

— Nou da's goed, dan kum-de gij mèrege nog mar wer is kijke!...

Sluiten