Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was nu al een paar middagen bezig aan een grooten wekker, die vastzat aan een bed en waarbij, tegelijk met het afloopen van het slagwerk, het hoofdeinde, met een schok, een eind naar beneden zakte, 't Was erg lastig, vooral om de gewichten zwaar genoeg te maken, dat ze den hefboom onder het bed zouden kunnen wegschuiven, maar langzamerhand zette hij al de deelen in elkaar tot een kunstig samenstel, waarvan de onderlinge werking en uiterlijke vormen zich voor zijn oogen opbouwden en hij lachte innerlijk bij het idee, zooals hij vader daar 's morgens vroeg in het bed zag liggen en hoe dan plotseling dat slapende hoofd, met den open mond en de blauwe pluimmuts over de ooren, onder groot geratel van den wekker, een eind naar beneden zakte. —

Onderwijl, dat Heintje zich daar dat alles zoo voor den geest haalde, was de zon weggegleden langs den zijmuur van het huis en aan weerszijde van het raam begonnen de hoeken zich te vullen met donkerte en de omtrekken van de dingen op de werktafel smolten halverwege weg in de langgerekte schaduwen daarachter.

Als glimmende waterdruppels lagen de vlakke nulletjes in 't midden van de horlogeglaasjes, en overal, tusschen de donkere instrumentjes, blonken, als groote geldstukken, de mat-zilveren horlogeschijven, met hier en daar de dikke gekronkelde kettingen, als geschubde slangetjes eraan.

Nog steeds zat Heintje daar roerloos, met de eene hand uitgespreid op de courant en de andere in den zak en staarde naar het wordende kunstwerk in zijn hoofd, zonder te zien hoe buiten de kleuren ver-

Sluiten