Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treden af. Vader trok de deur dicht en stak den knop in de jaszak en nu lag het kamertje weer in de kalme rust van onveranderlijke geluiden, heel den langen zwarten nacht.

En overal, onzichtbaar in die diepte van zwartheid, ging het nijvere getik der klokken, telkens na lange tusschenpoozen onderbroken door de luide slagen, waarmee ze zelfbewust de voleindigde uren verkondden — als het rusteloos werken en het ijdele dadengewicht van het leven der menschen, hopeloos klein en verloren in de ondoorgrondelijkheid van den eeuwigen tijd. —

Den volgenden morgen, lang nadat het licht van buiten door de reten het kamertje was binnengedrongen en de duisternis met goudglanzende banen had doorgedeeld, werden opeens de luiken opengegooid en stroomde, breed, de morgenklaarte naar binnen.

De deur werd opengemaakt; Hent en Heintje zetten zich ieder op hun oude plaats en nu had meteen het kamertje het rustig-gezellige, dagelijksche uitzicht hernomen, met de twee kalme, in zichzelf gekeerde werkers, die daar eeuwig schenen te hebben gezeten, de tanige, ernstig-gefronste hoofden voorovergebogen, knutselend en scharrelend in den blinkenden warboel van horloges en instrumentjes, vóór hen. —

Gelijkmatig en ordelijk verliepen zoo de dagen, de een als de andere, met een opleven van de trage gesprekken en 't eentonig denken, tot gewichtige beschouwingen over oude, lang overpeinsde en nieuwe, pasgehoorde belangrijke dingen, 's middags bij de samen-

Sluiten