Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk zijn trots zou hebben overwonnen en bij hen zou komen om er een te bestellen, dan zou Hent zeggen: — 'k Doch' da' gij niks van da' onnut geknooi zouwt motte hebbe!.... meer niets. —

De trapmachine was nu zoo goed als klaar en telkens, vóórdat ze er weer aan begonnen, stonden Hent en Heintje er langen tijd met voldoening naar te kijken — 't zat fijn in elkaar!

Boven de trappers, tusschen de twee achterwielen de beide bankjes, netjes afgewerkt met een laag leuninkje in den rug en op de hoogte der armen, met een dwarslat aan het eind, de houten stuurboom, verbonden aan de vork van het voorwiel, 't Was zoo eenvoudig eigenlijk, nu 't klaar was, dat het een wonder leek, dat nog nooit iemand eerder op het idee was gekomen.

Eindelijk was alles in orde en Heintje ging moeder halen om te komen kijken.

Vader legde het haar uit, hoe de machine in elkaar zat, en dan zette ze de handen in de zij en schudde het hoofd.

— Foei minsch, hoe krijg-de 't in de kop! en

motte gullie daor nou allebèi nëve mekaoren op zitte te foepere? Da' gêêft ommers niks, 'k wed da' ge d'r

in de tijd van 'n oogenblik deur ligt! Pas mar

op da' ge de been' nie brêêkt!

Maar de mannen haalden minachtend de schouders op en 's avonds, als de menschen in de buurt naar bed waren, haalden ze ongezien de machine de straat op en duwden haar naar het stille achterweggetje.

Ze zetten zich naast elkaar op de bankjes.

Sluiten