Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,'t ls 'n mërakel en ge zauwd 't nie geleuve a'ge 't

eiges nie gezien hadt! "

Onderwijl zaten Hent en Heintje ijverig door te trappen, den mond breed naar beneden getrokken om den zelfvoldanen lach te verbergen, dien het innerlijke plezier en de trots over de algemeene opmerkzaamheid hun naar het gelaat dreef.

Met gelijkmatige schokken schoten ze vooruit en Hent telde voort, zonder bewegen van de lippen:

— hhh-Ik !.... gij.... hhh-Ik! gij!....

Ze waren nu buiten het dorp gekomen en reden over den stillen landweg, langs vruchtbare bouwlanden en uitgestrekte malsch-groene weiden, met wazige miststrepen in de verte, en daarover lag de lucht frisch en blij in den helderen lentemorgen en schitterde het zonlicht in trillende goudflonkertjes over het bedauwde gras en de uitbottende bladerknoppen der boomen.

En overal om hen heen kweelden en tjilpden de vogels en vlogen hoog op in den blauwen hemel en het was Heintje of ze plotseling in een ander leven waren gekomen, vol blijheid en vroolijke toekomst, met de stoffige, muffe werkkamer en het eentonige gepeuter in de uurwerken, ver achter zich, als de versufte herinnering aan een lang geleden, vervelenden tijd.

De weg maakte een kromming en ze reden nu heel langzaam en duwden den stuurboom zoetjesaan van zich af. — Het kraakte en piepte een beetje en ze hielden den adem in, onderwijl zachtjes doortrappende, maar het ging prachtig en de wagen zeilde in een

Sluiten