Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en inwendig trots, dat ze er nu al niets meer om gaven, wanneer de menschen hen aankeken en dat ze iedereen vrij in de oogen dorsten te zien.

Maar nu ze weer voor het groote, deftige huis stonden, kwam plotseling over hen weer datzelfde gevoel van ontmoediging en vrees, dat die geleerde heer hen uit zou lachen, en dat de heele uitvinding misschien niets waard was.

Ze liepen voor het huis heen en sloegen den hoek

om; een heftige schrik ging hen als een schok door

de leden — de wagen was weg!

Maar verderop, in den tuin, hoorden ze praten en giegelen en ze liepen weifelend door, beschroomd over hun eigen vrijpostigheid en dan stonden ze plotseling verbaasd stil.

Met kleine schokjes kwam de wagen heel langzaam van achter een boschje heesters te voorschijn. — Marie en het zoontje van den ingenieur er bovenop.

Maar nu hadden ze hen bemerkt; de mannen zagen het zwart van een paar kousen, vooruitgestoken onder het gekreukel van witte rokken en gierend van het lachen vloog de meid weg, de keukendeur in

Het jongentje bleef kalm zitten en riep hen al uit de verte toe:

— Hè! zèg wat flauw van jullie om te zeggen, dat het een hondenwagen was! 't Gaat vanzelf vooruit als je er tegen trapt. Marie en ik hebben er een

heel eind op gereden! Maar Hent ging kwaad op

hem af:

— 'k Mot je verzoeke um d'r sëbiet uit te gaon

Sluiten