Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van binnen door de opening bij de bankjes en duwde hem een eindje vooruit.

Zijn zoontje was er weer opgeklommen en riep Heintje toe, om er bij te komen en ze reden nu een eindje vooruit over het grintpad.

De ingenieur beet zich op zijn snor om zijn lachen te verbergen maar dan ging hij weer naar den wagen toe en beurde hem een eindje op, om hem van onderen te bezien.

— 't Is toch verduiveld aardig verzonnen! zei hij eindelijk. — En hebben jelui dat heelemaal alleen uitgevoerd ?

— Heelelemaol allêênig, mè z'n tweeën! zei Hent. Ikken en Heintje, de jong van me!

Onderwijl was de poedel weer teruggekomen van achter uit den tuin. Hij snuffelde wat rond aan de linnen strook van den wagen en dan beurde hij het achterbeen op, en ging met opgerichten kop zijns weegs. — Hent rilde van kwaadheid en over het gezicht van den ingenieur gleed weer datzelfde hatelijke spotlachje.

— En nu wou jullie me dat zeker eens laten zien? vroeg hij eindelijk.

— Och 'k ha' mar is wille heure, of da' j' meint,

dat ie goed is, en wa' dat ie weerd zou zijn! zei Hent lusteloos.

De ingenieur overlegde een oogenblik en dan zei hij met vriendelijk medelijden:

— Ja! ziet u; 't is wezenlijk heel vindingrijk uitgedacht! maar om u de waarheid te zeggen: ik

vrees, dat het in de praktijk zou blijken een beetje

Sluiten