Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pet op het hoofd, die boven op een groot wiel zat, met een klein wieltje er achter.

— Ze noemen het velocipède! zei de ingenieur. En u ziet, daar is maar één berijder voor noodig en er zijn maar twee wielen aan, met een bankje erboven en aan weerszijden trappers; dat maakt de machine natuurlijk veel lichter en veel eenvoudiger! —

Hent hoorde toe zonder te begrijpen, versuft en

verslagen met dat eene idee, dat hem treiterend

en hoonend door het hoofd maalde:

— D'r dug' niks van! d'r dug niks van!

Als in een roes zag hij hoe de ingenieur op zijn

horloge keek hoe hij met bevende vingers een

sigaar nam uit de aangeboden koker— Ze duwden den wagen den tuin door, over de knarsende keisteenen en nu stonden ze weer op den weg.

De meid riep hun lachend en wuivend goede reis na; Heintje keerde zich nog even om en dan gingen ze weer trekkend en duwend door de nauwe straat, tusschen de sombere huizenrij, vaal en zonder schaduw onder

de grijze regenlucht en daarachter al die vensters,

daar lachten de menschen hen spottend na: „'t Dug niks Hent; gao mar naor huis toe!"

Een stuk of wat brutale schooljongens volgden een eind met hen mee en jouwden hen na en een steen ketste met een slag tegen het hout van den wagen. Hent grolde kwaad achterom met gebalde vuist en dan gingen ze weer verder. Ze duwden den wagen den dijk op en stapten in.

Maar nu barstte zijn ingehouden toorn los. Hent greep

Sluiten