Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hoe langer hoe zwaarder begon de wagen te loopen, en ze merkten nu, dat de as bij een van de trappers naar binnen was gebogen en dat het scheefstaande wiel langs het hout schaafde. Ze moesten er weer af en zoo kwamen ze eindelijk met schemerdonker het dorp binnen; bleek van vermoeienis, met gebogen hoofd, achter den rommelenden, vuil bespatten wagen.

— Daor hed-de ze mit d'n bolderwage !.... en ze loope d'r nëve; hij 's kats këpot! riep een jongen op straat, als hij ze zag aankomen en liep op een draf weg om het thuis te gaan vertellen.

Bij een van de huizen werd een raam opgeschoven en hier en daar uit de trieste, natte schemering om zich heen hoorden ze menschen, die hen toeriepen en vroegen wat er aan mankeerde; maar Hent en Heintje gingen zonder opkijken voort en antwoordden niet.

Ze reden den wagen naast het huis en dan lieten ze zich trillend van overspanning in de keuken op een stoel neervallen en werkten met moeite een paar happen van het eten naar binnen, dat moeder voor hen had bewaard. Boven gekomen, gooiden ze de smerige, natte kleeren van [zich en kropen koortsrillend onder de dekens, met geradbraakte ledematen, het schreien nabij van ellendigheid en vermoeienis. —

Den volgenden dag waren de wegen weer schoongewaaid en de zon scheen vroolijk naar binnen in het kamertje van den horlogemaker.

Hent en Heintje zaten als altijd weer op hun kruk achter de werktafel en scharrelden hopeloos in den

Sluiten