Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AVONDLAAN.

Voor Theod. Goedvriend.

'k Loop in de koele lafenis der laan,

De tarwe wiegelt langzaam 't bruin-geel goud,

Er waren fluisteringen door het woud,

Geruisch van vogeltjes, die huistoe gaan.

Koel-ruiz'lig schuif'len siddert door de blaèn,

Waar wind zijn luchte tenten heeft gebouwd; En sterrelend doorblinkt de hemelblauwt'

Der hooge kruinen langgestrekte paan.

De zon is dalend; rustig-roode gloor Glijdt sober-pralend langs de stammen door,

En doopt in vreemden gloed het avondwoud.

Een laatste rosse streeling, eer het licht,

Ten avonddood gedoemd, zacht-vallend zwicht; —

Stil staat het bosch te staren, grijs en koud.

Sluiten