Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NACHT.

Voor C. de Lorm.

Ik hoor het zachte ruischen van de zee,

Mijn zinnen gaan in eev'ne vloeiïng meê.

De vuurbaak werpt zijn wiss'Iend reddingssein,

De regen sijpelt hoorloos-stil en fijn.

Een boerenhoeve schemerlicht van ver,

Kalm-brandend als ter kim een rosse ster.

De boomen met hun spichtig aêrgetwijg Staan droef en hulploos in het groot gezwijg.

Alleen het plechtig ruischen van de zee...

Mijn zinnen gaan in rust'ge vloeiïng meê.

Sluiten