Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn vader staat aan 't roer.

Het scheepje drijft bij wind en weêr, En dobbert rustloos op en neer.

Een stuurmanskind, ziet rustig aant Hoe wild de golven 't scheepje slaan.

„Lief knaapje, hoe zoo rustig daar. En vreest gij waarlijk geen gevaar ?

Vreest dan uw harte, nood, noch wee Bij 't woeden der verbolgen zee t> — Neen /" zegt het jongske, kalm en stil, Het scheepje gaat zoo vader 't wil.

Het is zoo stevig als een muur.

En zie: mijn vader staat aan 't stuur 1

rrnn dnhhorf nn der tiiden meer

Ons levenshuikje op en neer,

Soms glijdt het langs een effen baan, En dan weêr grijpt de storm het aan.

Nu streelt ons 's levens zonneschijn. En dan weêr kwelt ons smart en pijn ;

En in dat worstlen klopt ons hart, Nu eens van vreugd en dan van smart

Maar 't wijst ons op dat knaapje daar: Heb goeden moed al dreigt gevaar,

En vrees voor zandbank noch voor klip, Want God, uw vader, stuurt uw schip,

Hij is *t, die het den weg bereidt En veilig naar de haven leidt.

* F. H. VAN LEENT.

Sluiten