Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 April.

Gelijk het goud in de aard begraven, Zóó sluimren ook des Hemels gaven

In 't jong, ontvankelijk gelnoed; Wilt gij die rijke schatten delven? De taak is zwaar. Het „Ken U zeiven"

Eischt onverzwakten lust en moed.

7 April.

De teedre' madelieven

Zij heffen heur kelkjes omhoog. En groeten de ontwakende Schepping,

Met dauwdrop als traantje in 't oog-

8 April.

Raast en tiert maar Voorjaarsstormen j Met uw sneeuw en hageljacht; 't Kind der Lente zal niet beven Bij één enklen guren nacht.

Sluiten