Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUSSUM

EEN STUKJE GESCHIEDENIS

Als alle Gooische dorpen heeft Bussum z'n Brink, eertijds het centrale knooppunt van alle dorpswegen, die het karakter van de plaats bepaalt. In oorsprong waren om zulk een Brink de hoeven der gezeten boeren geschaard en meer achteraf, kris-kras dooreen gebouwd, stonden de woningen en gedoetjes der onderhoorigen.

De paden tusschen die woningen werden later de wegen en zijn tegenwoordig de straten van de dorpskom, die daardoor het beeld van een spinneweb vertoont, maar minder systematisch, meer toevallig gegroeid, zonder plan. Voor een vreemde is 't moeilijk wijs te worden uit dat warnet van straatjes en een modern Gemeentebestuur, dat het verkeerswezen dient te bevorderen, brengt het tot vertwijfeling.

Bij vergelijking van den Bussumschen Brink met dien der andere Gooische dorpen, valt het op, dat Bussum in z'n oorsprong al een zeer onaanzienlijke buurtschap moet zijn geweest, want rond die kleine plek was slechts plaats voor een gering aantal boerenhoeven.

Inderdaad was het dorp Bussum het kleinste en geringste onder de Gooische nederzettingen. De ligging onder den rook van de vestingstad Naarden, de grensvesting tusschen Holland en het Sticht, was dan ook al zeer ongunstig. Nog meer dan het overige platte land van het Gooi, had Bussum voortdurend te lijden van de requisities der stroopende benden, het dorpje werd meermalen afgebrand, door vriend en vijand.

Maar toch kwamen de bewoners, hoe vaak hardhandig verjaagd, telkens terug en werden de puinhoopen weer bewoonbaar gemaakt, want het gehucht, waar de heerbanen van Amersfoort en Utrecht naar Amsterdam tezamen kwamen, was als pleisterplaats in trek. De voerlui en paarden-verwisselaars konden daar, naast herbergiers hun brood verdienen.

Had het gehucht misschien in overoude tijden een bestuurlijke zelfstandigheid gekend, na het bouwen van het nieuwe Naarden in 1350, werd het een buurt der stad, daarvan door heidegronden gescheiden. Een buurt, waarin het uitoefenen van ambachten, als zijnde ten nadeele van de stadbewoners, was verboden, waar bij de gratie twee winkels mochten worden gehouden, mits de waren uit de stad werden betrokken. En toen eindelijk in het laatst der zeventiende eeuw de groote weg door Naarden heen naar Laren werd verlegd, verzonk het gehucht al verder in onbeduidendheid.

Dat VanOllefeninzijn,,Stad-enDorpbeschrijvingen"in 1790Bussum al noemt het schoonst gelegen dorp van Gooiland, bracht in die dagen, toen het landelijk schoon meer aan den waterkant gezocht werd, geen uitkomst; ver van de wegen, lag het vergeten in het groen. Naast de kneuterboertjes, die de schrale akkers bebouwden en hun schapen

Sluiten